Het staatsbestel

Het staatsbestel

  •  
     
    De president
     
    De president draagt de eeuwenoude titel ‘nasi’, de titel van het hoofd van het Sanhedrin, het hoogste wetgevende en juridische orgaan van het Joodse volk in het oude Israël. De president is het staatshoofd, symboliseert de eenheid van de natie en staat boven de partijpolitiek.
     
    De president wordt door een eenvoudige meerderheid in de Knesset gekozen uit kandidaten die benoemd zijn op grond van hun persoonlijke kwaliteiten en hun staat van dienst voor de staat Israël. Sinds 1998 is de wetgeving herzien en wordt de president voor één termijn van zeven jaar gekozen.
     
    De presidentiële verplichtingen, die voornamelijk ceremonieel en formeel van karakter zijn, zijn in de wet vastgelegd. Onder andere valt daar de opening van de eerste zitting van een nieuwe Knesset onder, en ook het aanwijzen van een lid van de Knesset als formateur, het ontvangen van de geloofsbrieven van buitenlandse gezanten, het ondertekenen van verdragen en wetten die door de Knesset worden aangenomen, het op voordracht van de ter zake bevoegde organen benoemen van de hoofden van Israëlische diplomatieke missies in het buitenland, rechters en de president van de Bank of Israël, en het verlenen van gratie aan gevangenen, op advies van de minister van justitie. Daarnaast heeft de president publieke functies en informele taken zoals het ontvangen van petities van burgers en het stimuleren van campagnes ter verbetering van de kwaliteit van leven in de samenleving als geheel.
     
    Presidenten van Israël:
    Chaim Weizmann (1949-1952), Zionistisch leider, vooraanstaand wetenschapper

    Ytzhak Ben-Zvi (1952-1963), hoofd of de ‘Jewish Agency’, historicus

    Zalman Shazar (1963-1973), politicus, wetenschapper, historicus, auteur, dichter

    Ephraim Katzir (1973-1978), befaamd biochemicus

     

    Yitzhak Navon (1978-1983), politicus, onderwijskundige, auteur
     
    Chaim Herzog (1983-1993), jurist, generaal, diplomaat, auteur
     
    Ezer Weizman (1993-2000), luchtmachtgeneraal, politicus, ondernemer
     
    Moshe Katsav (2000-2007), sociaal leider, politicus
     
    Shimon Peres (2007-….), staatsman, ambtenaar en parlementariër
     
     
    Politieke structuren
     
    Parlementaire democratie
    Israël is een parlementaire democratie met een wetgevende, een uitvoerende en een rechterlijke macht. De instituties van deze democratie zijn het presidentschap, de Knesset (het parlement), de regering (het kabinet van ministers) en de rechterlijke macht.
    Het systeem is gebaseerd op het beginsel van de scheiding der machten, waarin de uitvoerende macht (de regering) verantwoording schuldig is aan de wetgevende macht (de Knesset), en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bij wet gegarandeerd is.
     
     
    Lokale overheid
     
    De lokale overheid is onder andere verantwoordelijk voor onderwijs, cultuur, gezondheid, sociaal welzijn, onderhoud van de wegen, openbare parken, water en riolering. Alle lokale autoriteiten functioneren op grond van regelgeving die aanvullend is op de nationale wetgeving, en goedgekeurd wordt door de minister van binnenlandse zaken. In sommige gevallen bestaan er speciale lokale rechtbanken waar overtreders van lokale regelgeving berecht worden. De lokale overheden worden deels gefinancierd uit lokale belastingen en deels uit de staatsbegroting. De wet erkent drie soorten lokale overheid: gemeenten, die stedelijke centra besturen met een inwonertal van 20 000 of meer; lokale raden, die plaatsen besturen met tussen de 2 000 en 20 000 inwoners; en regionale raden, die verantwoordelijk zijn voor een aantal dorpen binnen een bepaald gebied.
     
    Elke lokale overheid wordt geleid door een burgemeester of voorzitter en een raad. Het aantal raadsleden wordt bepaald door het ministerie van binnenlandse zaken, afhankelijk van het inwonertal. Momenteel kent Israël 73 gemeenten, 124 lokale raden en 54 regionale raden.
     
    Alle gemeenten en lokale raden zijn op vrijwillige basis verenigd in een centraal orgaan, de ‘Union of Local Authorities’, die deze organen vertegenwoordigt bij de regering, toezicht houdt op relevante wetgeving in de Knesset en ondersteuning biedt op het gebied van arbeidsovereenkomsten en juridische zaken. Deze Unie is aangesloten bij de ‘International Association of Municipalities’ en onderhoudt banden met vergelijkbare organisaties over de hele wereld. Verder zet de Unie zusterstedenprogramma’s op en organiseert zij uitwisselingen van internationale delegaties.
     
     
    Lokale verkiezingen
     
    Om de vijf jaar vinden er verkiezingen plaats voor de lokale besturen, bij geheime stemming. Alle inwoners die permanent in Israël verblijven, zowel Israëlische staatsburgers als niet-staatsburgers, hebben vanaf de leeftijd van 17 jaar stemrecht voor de lokale verkiezingen en mogen zich vanaf hun 21e jaar verkiesbaar stellen. Voor de gemeentebesturen en lokale raden wordt er gestemd op een kandidatenlijst per partij, en de zetels die elke partij in het bestuur krijgt is evenredig aan het percentage stemmen dat op deze lijst is uitgebracht. Burgemeesters en voorzitters van lokale raden worden rechtstreeks gekozen.
     
    Bij de verkiezingen voor de regionale raden wordt er per dorp één kandidaat gekozen, met gewone meerderheid van stemmen, en de gekozen vertegenwoordigers nemen zitting in de raad. De voorzitters van de regionale raden worden gekozen uit de leden van de regionale raad. De lokale verkiezingen worden gefinancierd uit overheidsmiddelen, op grond van het aantal zetels dat elke lijst verwerft in het lokaal bestuur.
     
     
    Wetgevingsproces
     
    De Knesset (het Israëlische parlement) is het wetgevend orgaan van Israël. De naam ‘Knesset’ is afgeleid van de ‘Knesset Hagedolah’, de Joodse Raad die in de 5e eeuw voor Christus bijeengeroepen werd door Ezra en Nehemia. Ook het aantal parlementsleden van 120 is daarop gebaseerd.
     
    Een nieuwe Knesset wordt ingesteld nadat er algemene verkiezingen zijn gehouden. Tijdens de eerste zitting van het nieuwe parlement leggen de leden van de Knesset de gelofte af en worden de voorzitter en de vicevoorzitters van de Knesset gekozen. De Knesset wordt in principe gekozen voor een termijn van vier jaar, maar kan gedurende deze termijn op elk moment zichzelf ontbinden of door de premier worden ontbonden. Het parlement dat ontbonden wordt, blijft volledig verantwoordelijk tot het moment dat er een nieuwe Knesset geformeerd is, op grond van nieuwe algemene verkiezingen.
     
    De Knesset opereert in plenaire vergaderingen en 15 vaste commissies. In de plenaire vergaderingen worden de algemene debatten gehouden over wetgeving die wordt ingediend door de regering of door individuele leden van de Knesset, en over het beleid en de activiteiten van de regering. De debatten worden in het Hebreeuws gevoerd, maar de leden mogen ook de Arabische taal gebruiken, aangezien dit de twee officiële talen zijn. Voor de debatten zijn simultaantolken beschikbaar.
     
    De procedure voor een normaal wetsvoorstel bestaat uit drie lezingen in de Knesset, voordat een wet kan worden aangenomen (voor wetsvoorstellen die door burgers zijn ingediend, is dit vier lezingen). Tijdens de eerste lezing wordt het wetsvoorstel aan de plenaire vergadering gepresenteerd, waarna een kort debat volgt over de inhoud. Daarna wordt het voorstel doorgeleid naar de ter zake bevoegde commissie voor een meer gedetailleerde discussie en eventuele wijzigingen. Als de commissie haar werk gedaan heeft, wordt het voorstel voor tweede lezing voorgelegd aan de plenaire vergadering. Commissieleden die een voorbehoud hebben ten aanzien van het voorgelegde document, kunnen deze op dat moment kenbaar maken aan de plenaire vergadering. Na een algemeen debat wordt elke artikel uit het wetsvoorstel in stemming gebracht, en tenzij het voorstel teruggestuurd moet worden naar de commissie volgt daarop onmiddellijk de derde lezing en wordt over het wetsvoorstel als geheel gestemd. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt het ondertekend door de voorzitter van het parlement en vervolgens gepubliceerd in het officiële publicatieblad, ondertekend door de president, de premier, de voorzitter van het parlement en de minister die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de betreffende wet. Tot slot geeft de minister van justitie het voorstel het staatszegel, waarmee de wet officieel van kracht.
     
  •